OORLOGSVRIJWILLIGERS NAAR INDIň OP 12 OKTOBER 1945

Oorlogsvrijwilligers in Nederlands-IndiŽ

 

Om het geweld in IndiŽ na de Japanse capitulatie in 1945 te bedwingen en de koloniale orde te herstellen, stuurde Nederland bataljons Oorlogsvrijwilligers (OVW'ers) naar de kolonie. Zij werden in 1944 en 1945 geworven. Het ging o.a. om de volgende onderdelen :

 

1e Bataljon Regiment Stoottroepen:

Een OVW eenheid met als bijnaam 'Limburg'

Opgericht 21-09-1944 Limburg, voortgekomen uit OVW KP Limburg

Naar Indie op 12-10-1945 per 'Alcantara'

Aankomst in Malakka 11 november 1945

Terug naar Nederland 24-01-1948 per 'Zuiderkruis'

 

7e (voormalige 3e) Bataljon Regiment Stoottroepen:

Dit is een OVW bataljon opgericht 11-1944 uit de KP West-Brabant.

Gezien de nummering van de '3' eenheden van de 1e Divisie werd het per 1 mei 1946 omgenummerd naar 7e bataljon.

12-10-1945 vertrek naar Indie per 'Alcantara' vanuit Liverpool

Aankomst in Malakka 11 november 1945

04-04-1948 terug in Nederland per 'Zuiderkruis'

 

De noodsituatie in IndiŽ bracht het kabinet ertoe de militairen overzee te sturen. Ze kwamen op 11 november 1945† in††† Brits Malakka aan. De Britse autoriteiten, die na de beŽindiging van de oorlog in AziŽ tijdelijk het gezag in Nederlands-IndiŽ uitoefenden, weigerden de Nederlandse troepen daar toe te laten. Zij vreesden dat de toch al gespannen politieke situatie daardoor zou escaleren. Mogelijk speelde ook mee dat er internationaal weinig sympathie bestond voor het Nederlandse streven om het koloniale gezag in Nederlands-IndiŽ te herstellen. Op 24 februari 1946 kwamen zij in Batavia aan. Pas in maart 1946 werden de Oorlogsvrijwilligers toegelaten en namen zij de posities van de Britten over. Zij werden gelegerd in enclaves rond een aantal grote steden op Java en Sumatra.

In totaal zouden circa 25.000 OVW'ers naar IndiŽ gaan, waarvan 5.000 ŗ 6.000 ingedeeld bij de mariniersbrigade en de rest bij de landmacht. Uit deze laatste groep werden vijf brigades gevormd, waarvan de staven werden bemand door officieren van het KNIL. Bij de genoemde aantallen moeten nog enige duizenden OVW'ers worden opgeteld die dienstdeden op schepen van de Koninklijke Marine en bij de Marine Luchtvaartdienst in Nederlands-IndiŽ. Later werden de Oorlogsvrijwilligers in IndiŽ gevolgd door veel grotere aantallen Nederlandse dienstplichtigen.

Vanaf het begin van hun aanwezigheid in IndiŽ raakten de OVW'ers verwikkeld in gevechtshandelingen. De Indonesische nationalisten legden zich niet neer bij de hernieuwde militaire aanwezigheid van de Nederlanders en reageerden met gewapende acties tegen de Nederlandse enclaves. Tot meer grootschalig militair optreden van de OVW'ers kwam het tijdens de Eerste Politionele Actie in de zomer van 1947.

 

In de loop van 1948 volgde de demobilisatie van de Oorlogsvrijwilligers - op ťťn bataljon na dat de legerleiding dacht nodig te hebben voor de Tweede Politionele Actie die eind 1948 haar beslag zou krijgen. Dit bataljon kon pas in 1949 de dienst verlaten. Niet alle OVW'ers werden gerepatrieerd. Sommigen kozen voor verlenging van hun dienstverband en anderen emigreerden vanuit IndiŽ naar AustraliŽ of Nieuw-Zeeland.

 

UITREIS PER   "ALCANTARA"THUISREIS PER "ZUIDERKRUIS"