EERSTE DIVISIE 7 DECEMBER

 

Om de tijdlijn tussen 1945 en 1950 zo compleet mogelijk te maken heb ik gemeend in beknopte vorm ook gegevens op te nemen van de bekende

 

“EERSTE DIVISIE 7 DECEMBER”

Op zaterdag, 22 september 1946, twee dagen voor het vertrek van de Boissevain vonden in Amsterdam grote protestdemonstraties plaats door de communisten, die tegen de uitzending waren. Waartegen de politie met zwaar geweld optrad. Op de vertrekdag brak in Amsterdam een massale proteststaking uit. De wagons van de troepentreinen werden door hen met het volgende opschrift voorzien:

 

"Vleestransport Amsterdam-Batavia".

 

Op 24 september 1946 vertrokken we vanuit Harderwijk naar Amsterdam. Met de trein gingen we naar Amsterdam, die langs het gehele traject was bewaakt, vanwege mogelijke sabotage door de communisten. We werden op de Boissevain met 2500 man ingescheept.

Op de boot was het even wennen. Het eten moest je op cafetariawijze afhalen. In een groot ruim stonden tafeltjes waaraan je kon plaatsnemen. Vooral het slapen in hangmatten was een aparte ervaring. Er werd al direct wild heen en weer geschommeld, getrokken en geduwd. Totdat er een uitviel en met zijn kop ongelukkig terecht kwam, waardoor hij een soort epilepsieaanval kreeg. Hij werd in Port Said (de eerste tussenhaven) weer naar Holland teruggebracht. Het was meteen afgelopen met het geschommel.

 

Verder was het een beetje vervelen aan boord. Gelukkig werd het steeds warmer en mochten we op het dek slapen. Er werd veel gekaart en aardappeljassen moest ook gebeuren. Ook zagen we ´vliegende vissen´, scholen dolfijnen en zelfs een paar grote haaien. In Port Said mochten we niet van boord, maar we maakten voor het eerst contact met mensen uit het Oosten, de parlevinkers. Daarna gingen we op Sabang aan. Ook werd de ceremonie van het dopen door de God van de zeven zeeën ´Neptunus´ niet vergeten.

Na tien dagen alleen maar zon , water en op het dek rond te hangen zagen we land opdagen. Het binnenvaren in deze haven, Sabang is nl. de grootste natuurhaven van de Oost, is een ervaring die op mij zo´n overweldigende indruk maakte, dat ik die nooit ben vergeten. Het grote schip werd steeds kleiner tegenover de hoogte van omliggende bebossing. Het heldere water, waarin je prachtige gekleurde vissen zag zwemmen, die je in Holland alleen in tropische aquaria ziet. We mochten van het schip af en wat rondwandelen en de inheemse bevolking observeren. Dat was wel even wennen. Mooie "Sarina's", die we in onze gedachten hadden, konden we niet direct ontdekken, wel kampongs met arme inheemse mensen. De natuur was wel indrukwekkend. Na wat bananen gekocht te hebben moesten we weer aan boord en gingen we op Tandjong Priok aan; de haven van Batavia.

Onderweg kregen we nog wat lessen over Indië van het kader, dat ook niets van Indië wist. De belangrijkste boodschap was steeds, dat alle vrouwen ziek waren.

De dokter gaf als advies: condooms gebruiken. Maar zei dan steeds: ´het is je voeten wassen met je sokken aan´, hetgeen niet als een aanbeveling klonk. We kregen  ook een voorschrift, waar alles in stond.

 

Op 19 oktober 1946 voeren we Tandjong Priok binnen. We werden ontvangen door de kwartiermakers en VHK-sters, die overvraagd werden over van alles en nog wat.

Met drie-tonners werden we naar Batavia (± 10 km) gebracht en gelegerd in de oude KNIL-kazerne aan de Oude Hospitaalweg. Waar het direct al improviseren was, want er waren geen veldbedden genoeg. De eerste 14 dagen heb ik op een tafel geslapen, wat best hard was. We moesten ook direct onder de klamboe´s tegen de muskieten. Het eten was niet best, want de koks konden geen rijst en bami koken. Ze kookten groenten met aardappelpoeder, want aardappelen waren er niet, dus was het net cement. We gingen dan ook naar de Marine Cantine op Noordwijk, waar je goedkoop brood met spiegeleieren en koffie kon krijgen.De eerste paar weken hoefden we niets te doen, dan acclimatiseren. Batavia verkennen, er was een Boven en Benedenstad, een stad zo groot als de provincie Utrecht. Er was een grote verscheidenheid van militairen, nl. wij als Nederlandse, verder de Engelse, Brits-Indische (Gurka´s) en KNIL-soldaten. Verder waren er de Japanse krijgsgevangenen, die ook in onze werkplaatsen werkten als monteurs. Zelfs waren er TNI-kantoren (Tentara Nasionaal Indonesia/Het Republikeinse leger). Onbegrijpelijk, maar waar! Er was namelijk een wapenstilstand. Met de Indonesische leiders werd onderhandeld over een overeenkomst, die de inhoud van bovenaangehaalde ‘rede van de Koningin op 7 december 1942’ gestalte moest geven. Pas op 3 september 1949 zou het eerste gedeelte van de divisie repatriëren. Vanaf oktober 1949 t/m januari 1950 zou de gehele divisie thuisvaren. Het verblijf heeft dan aan 593 man van de divisie het leven gekost. Deze drie onderdelen  die 24 september  1946 met de BOISSEVAIN naar  Indië voeren gingen op 24 december 1949 huiswaarts met de WATERMAN.

 


De andere onderdelen van 1ste divisie 7 december 1946 voeren op 26 november 1949 huiswaarts met de KOTA INTEN.

 

 

DIT HOOFDSTUK WORDT AFGESLOTEN MET :

 

NEDERLANDSE MILITAIRE MARS VAN DE EERSTE DIVISIE 7 DECEMBER