ERKENNING VAN HET VERGETEN LEGER

Beknopt artikel in   “DAGBLAD TROUW”    van 26 juli 1997

Jarenlang was er de schreeuw van de  “ Indië gangers” om erkenning.

 

Eind jaren 1980, begon het getij te keren voor de oud-strijders. Vooral het 'vergeten leger' van de 120 000 militairen die tussen 1945 en 1950 in Indonesië waren ingezet, had verguizing en smaad over zich heen gekregen. Maar de ex-Indiëgangers, eraan herinnerend dat zij destijds merendeels jonge dienstplichtigen waren die met instemming van de Kamer waren gestuurd, sloegen terug.

Iemand van die grote groep ex-Indiëgangers kwam in februari 1989 met een rapport waaruit bleek dat de veteranen zich sterk miskend voelden. In de eerste plaats moest er erkenning van de zijde van de overheid komen en ook materiële en immateriële hulp. Ik heb primair die noodzaak van erkenning bepleit, want wij zijn altijd de zondebok geweest voor het uit de hand lopen van het dekolonisatieproces.”

 

Maar de minister van defensie Relus Ter Beek legde de grondslag voor een duurzame opvang en nazorg van ex-militairen die het land dienden in oorlog of bij vredesmissies. Ook stak Ter Beek als minister meer dan eens publiekelijk de hand in de boezem van de overheid: hij beleed schuld over het falen tegenover de veteranen. Hij gebruikte de woorden :  “ACHTERSTALLIG  ONDERHOUD”.

 

 

N A    D A T O(1945  -  1950)