COMMANDO LUCHTVAARTTROEPEN

Opgericht                                          01-04-1946   

                                         

Vertrek  IndiŽ                                   28-08-1947 met de Kota Inten" (1e, 2e, 3e Cie.)
                                                            en op 10-09-1947† met de "Sloterdijk" (4e Cie.)     

     

Aankomst IndiŽ                               De ďKota IntenĒ arriveerde op 25-09-1947 in Tandjong Priok
                                                            en de ďSloterdijkĒ kwam op 07-10-1947  in Tandjong Priok aan 

          

Toegevoegd aan                              Militaire Luchtvaart KNIL (C.M.L.)

 

Ingedeeld bij                                    Diverse Territoriale- en Troepen Commando's      

Vliegvelden:                                     Kemajoran, Tjililitan, Andir, Kalidjati, Singosari
                                                            Semplak, Panasan

 

Gerepatrieerd                                  op 02-03-1950† mede "Waterman"
                                                            24-03-1950 aankomst Nederland

 

Omgekomen                                    4 man
 

In de jaren 1945 - 1946 werd de bewaking en beveiliging van de vliegvelden op west Java verzorgd door manschappen van de vliegbasis (M.L. Knil), en de infanterie van de K.L. en het Knil. Dit trok een zware wissel op het personeel van deze onderdelen die daarnaast ook werden ingezet bij het dagelijkse werk op de vliegbasis of, zoals de infanterie, werd ingezet voor patrouilles, zuiveringsacties en konvooibeveiliging. Door de komst, eind 1946, en de inzet van het personeel van het 1e Regiment Luchtdoelartillerie (Lua) verbeterde de situatie enigszins.
Begin 1947 diende de Commandant M.L. bij de legerleiding in Nederland een verzoek
in om de beschikking te krijgen over speciaal opgeleidde troepen (de Luchtvaarttroepen) voor de beveiliging en bewaking van  de belangrijkste vliegvelden op Java.

 

In het najaar van 1947 arriveerden vier compagnieŽn Luchtvaarttroepen op Java. Direct na aankomst werden zij gestationeerd op Kemajoran (1 LVT), Andir (2 LVT), Kalidjati (3 LVT) en Tjililitan (4 LVT) en namen zij geleidelijk de taken van de Lua over.
Rond de vliegbasis Kalidjati, waar de TNI zeer actief was, waren diverse buitenposten ingericht van waaruit dagelijks patrouilles op pad waren. Enkele posten waren o.a, Tjipeundeuj, Pasir Boengoer, Tjikoeda en Pasir Moentjang.
Ook bij Tjililitan, dat toch dicht bij Batavia lag, was waakzaamheid geboden, daar met regelmaat Republikeinse troepen in het gebied aanwezig waren.


Om infiltratie rond de vliegvelden tegen te gaan werden er vele patrouilles gelopen en namen de LVT'ers ook deel aan zuiveringsacties, al dan niet in samenwerking met de infanterie.


Op Kemajoran en Andir was het een stuk rustiger, alhoewel het warme en benauwde klimaat van Kemajoran slopend was.

Door de verschillen in klimaat en vijandelijke activiteit werd door de CML een roulatiesysteem ingesteld zodat elke compagnie min of meer evenredig zou worden belast. Tussen 15 maart en 3 april 1948 wisselden de compagnieŽn onderling van gebied en was de dislocatie als volgt, Kemajoran 3 LVT, Andir 1 LVT, Kalidjati 2 en 4 LVT.


Tevens werd er vanaf 5 mei afwisselend een groep gestationeerd op Bali bij de PVA (Photo verkenningsafdeling).

In het najaar van 1948 nam de vijandelijke activiteit weer toe. De hoeveelheid acties nam evenredig ook toe, zowel in aantal als in grote. Op 8 juli 1948 werd bij Kalidjati een TNI hoofdkwartier ontdekt en uitgeschakeld, waarbij een hele compagnie LVT werd ingezet.

Op 25 november 1948 verruilden de 1e en 4e cie van plaats en werden respectievelijk gestationeerd te Kalidjati en Andir.

Vanaf 15 december werd, in verband met de verwachtte 2e politionele actie, de paraatheid verhoogd en waren alle LVT'ers geconsigneerd op de vliegbasis.
Op 26 december 1948, enkele dagen nadat Magoewo, de vliegbasis van Jogjakarta, door troepen van de KST en de T-Brigade was bezet werd 1 LVT naar Magoewo overgebracht.
Twee pelotons van 3 LVT werden gestationeerd op Kalibanteng (Semarang) en Semplak (Buitenzorg). Op 6 januari 1949 nam het peloton van 3 LVT bij Semplak nog deel aan een grote zuiveringsactie op de hellingen van de Goenoeng Salak.
Enkele dagen later werd heel 3 LVT overgebracht naar Magoewo.
Op 15 januari werd 2 LVT verplaatst van Kalidjati naar
Tjililitan. Een peloton van 3 LVT werd verplaatst naar oost Java en kwam terecht op het vliegveld Singosari bij Malang dat er verlaten en verwaarloosd bij lag en waar alles bijna letterlijk van de grond af moest worden opgebouwd.
Rond de vliegbasis Andir, waar het over het algemeen zeer rustig was, was de TNI weer actief.
Maar het zwaartepunt voor de LVT lag vooral in het gebied rond Jogjakarta. Hier brak voor de manschappen van 1 en 3 LVT een zeer zware tijd aan en werd er hard gevochten. 
 

Op 29 juni 1949 werd Jogjakarta, onder druk van de Verenigde Naties, ontruimd. De twee pelotons van 3 LVT werden overgebracht naar Singosari. 1 LVT werd gestationeerd op vliegbasis Kalibanteng (Semarang).
Na een korte en zeer rustige periode kreeg 1 LVT een nieuwe opdracht en werd het op 15 juli 1949 gestationeerd op Panasan een vliegstrip nabij Solo. Wel moest Panasan eerst worden bezet, maar gelukkig was er weinig weerstand.

Na het cease fire, op 10 augustus 1949, keerde de rust geleidelijk weer terug. Ondanks de wapenstilstand vonden er nog geregeld incidenten plaats, zoals op 4 oktober 1949 de mortierbeschieting op het bivak Djaboeng van 3 LVT bij Singosari. Gelukkig bleef dit
incident zonder gevolgen en werd niemand gedood of gewond.

 

Begin september werd 1 LVT gelegerd te Andir. 4 LVT nam de taak van 1 LVT te Panasan over. Op 11 december 1949 werd Panasan overgedragen aan de TNI en werd 4 LVT gelegerd in Semarang, uitgezonderd 1 peloton te Kalidjati.


Alle buitenposten van 3 LVT werden teruggenomen en de pelotons werden geconcentreerd te Singosari. De uiteindelijke dislocatie tot aan de repatriŽring was 1 LVT Andir, 2 LVT Tjililitan, 3 LVT Singosari, 4 LVT Kalibanteng, 1 pel te Kalidjati.