COMMANDO LUCHTVAARTTROEPEN VANAF DE OPRICHTINGTekstvak: HISTORISCHE BEELDEN,  PAGINA 1

†††††††††† De oprichting van het Commando Luchtvaarttroepen

 

Op 1 april 1946 worden de Nederlandse luchtvaarttroepen opgericht. De opdracht tot de opbouw van deze eenheid wordt gegeven aan luitenant-kolonel J.L. Zegers, (waarvan hiernaast een foto is opgenomen), die daartoe op 3 december 1945 op het A-kamp van het vliegveld Ypenburg het bureau Militaire Vorming opricht.

 

Overste Zegers, oorspronkelijk afkomstig van de infanterie, kent de tropen. Hij heeft van 1919 tot 1924 bij de infanterie van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger gediend. In 1924 wordt hij, op eigen verzoek, bij de Luchtvaartafdeling gedetacheerd waar hij na zijn opleiding wordt aangesteld tot vlieger-waarnemer. Bij het uitbreken van de oorlog in Europa is hij commandant van de vliegschool op Texel. Tijdens zijn krijgsgevangenschap lukt het hem driemaal te ontsnappen; de derde maal met succes waarna hij onderduikt en zich bij de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) aansluit. Tot aan de capitulatie van Duitsland is hij Militair Commandant BS van het district Amersfoort. Voor zijn moedig gedrag wordt hij op 1 juli 1948 onderscheiden met de Bronzen Leeuw. In datzelfde jaar wordt hij commandant van de Vliegbasis Twenthe en in 1951 de eerste commandant van het Commando Tactische Luchtstrijdkrachten. In 1953 wordt hij in de rang van Commodore lid van het Hoog Militair Gerechtshof. Van 1954 tot 1967 is hij betrokken bij de Raad van Advies inzake Luchtvaartongevallen, eerst als lid en vanaf 1957 als voorzitter. In dat jaar wordt hij bevorderd tot luitenant-generaal. In oktober 1965 viert hij zijn vijftigjarige militaire ambtsjubileum en het feit dat hij 0 jaar in het bezit was van het militaire vliegbrevet.† Op 1 januari 1968 wordt hij in de rang van luitenant-generaal eervol ontslagen uit de militaire dienst.

Overste Zegers wordt gezien als de architect van het Commando Luchtvaarttroepen en wordt nog steeds door de mannen op handen gedragen. Hij staat te boek als de commandant van het onderdeel dat door generaal-majoor C. Giebel bij het eenjarig bestaan van de Luchtvaarttroepen wordt aangeduid als de ďMariniers van de Militaire LuchtvaartĒ. Er is zelfs speciaal een mars voor hem gecomponeerd: de Overste Zegersmars.

04 A Luitenant-kolonel Zegers

Op de foto is het Fokker-60 toestel te zien dat op 10 januari 1997 werd vernoemd naar de, op 25 mei 1970, overleden Jules Zegers. Enkele tientallen "blauwe baretten" woonden de naamgevingsplechtigheid, als eerbetoon aan hun oprichter, bij. In 2006 werden de Fokker-60 toestellen uit dienst gesteld.

Op de vliegtuigtrap van links naar rechts: H. Bolk, A. Eygen≠raam, A. Brouwer en J. Zoon.

Voor de vliegtuigtrap van links naar rechts: O. Kiers, C. van Balen, J.C. de Koster, C. Muis, C. van der Dussen, J. van de Eynde, C. Roelofsen, J. Ebben, W. J.A.M. de Kock en A. Hoogerwerf.

 

Waarom het Commando Luchtvaarttroepen naar IndiŽ ging

Vanaf het moment dat parachutisten en luchtlandingstroepen worden ingezet, groeit de wens om op de vliegvelden een permanente bezetting van infanterie te hebben uit tot een noodzaak. Dit blijkt al tijdens de inval van Duitse strijdkrachten in Nederland tijdens de meidagen van 1940. Maar ook een aanval van grondtroepen op vliegvelden levert voor de verdediging een groot probleem op. Commandanten van kleinere onderdelen zijn veelal door personeelsgebrek niet in staat zorg te dragen voor een adequate bewaking van hun onderdeel.

Organiek beschikt de Militaire Luchtvaart van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (ML-KNIL) niet over troepen die met de verdediging en bewaking van vliegvelden kunnen worden belast. Dit stelt commandanten voor grote problemen omdat zij zich daardoor gedwongen zien administratief of technisch personeel in te zetten voor wachtdiensten. Om aan dit probleem tegemoet te komen, wordt in de loop van 1946, als de vliegvelden op Java en Sumatra van de Engelsen worden overgenomen, de bewaking waargenomen door infanterietroepen die daartoe door de Territoriale Commandant zijn aangewezen. Dit systeem brengt echter voortdurende veranderingen van troepenonderdelen op vliegvelden met zich mee met alle moeilijkheden en bezwaren van dien, zoals het steeds opnieuw instrueren van nieuwkomers in de bijzondere regels, die het betreden en het gebruik van een vliegveld nu eenmaal met zich meebrengen.

In 1946 worden drie afdelingen van het 1e Regiment Lichte Luchtdoelartillerie belast met de bewaking van de vliegbases Kemajoran, Tjililitan en Andir die in Nederlandse handen zijn gekomen. Dit is voor de eerste keer dat troepen speciaal voor dit doel beschikbaar zijn. De eerste stap naar een eigen Ė min of meer permanente Ė beveiligingseenheid wordt gezet op Andir met de instelling van een georganiseerde vliegbasispolitie. Maar de roep over eigen troepen te beschikken in goed georganiseerd verband wordt steeds luider. De eerste stap wordt gezet in het formeren van een Ambonese compagnie.

Het lukt de leiding van de Militaire Luchtvaart uiteindelijk een deel van de Luchtdoelartillerie (Lua) te behouden. Zij worden ingezet in het kader van de verdediging, hun oorspronkelijke taak. Daarnaast blijven zij ook een werkzaam aandeel houden in de beveiliging van de vliegvelden.

 

In januari 1947 dient de Chef Generale Staf (CGS), generaal-majoor D.C. Buurman van Vreeden, bij de Chef Luchtmachtstaf (CLS) in Nederland, generaal-majoor C. Giebel, een dringend verzoek in om luchtvaarttroepen naar IndiŽ te zenden. De CGS doet dit naar aanleiding van een vraag van de Commandant ML-KNIL, kolonel P.J. de Broekert. De CGS wijst in zijn verzoek op het feit dat de CLS beschikt over 4.000 man luchtvaarttroepen, terwijl hij er voor de bewaking en verdediging van de Nederlandse vliegvelden slechts 1.000 inzet. In februari laat generaal Giebel weten dat uitzending van een bataljon onmogelijk is, maar dat hij overweegt om enkele compagnieŽn te sturen. In april deelt de CLS kolonel De Broekert telefonisch mede dat vier compagnieŽn LVT, georganiseerd als tirailleurseenheden, in opleiding zijn en in juli in IndiŽ kunnen worden verwacht.

 

Ondertussen worden in Nederland voorbereidingen getroffen voor een gespecialiseerde tropenopleiding en een aangepaste uitrusting. Bij het Commando worden vier compagnieŽn geformeerd die worden opgeleid voor deze speciale beveiligingstaak. Er wordt intensief geoefend met nieuw verbindings- verplegings- en transportmaterieel. Ook worden tirailleurpelotons geformeerd evenals mitrailleur- en mortiergroepen. Bij de compagnieŽn worden een Bren-carrier en een Scoutcar ingedeeld.

 

Ter voorbereiding op hun taak krijgt het kader een speciale tropencursus bij het Indische Instructiebataljon in Kijkduin, terwijl instructeurs van dat bataljon naar Breda gaan om voor de LVTíers een cursus jungle fighting te verzorgen.

Van 15 juli tot 19 juli 1947 werd, ter voorbereiding op de uitzending naar IndiŽ, afscheid genomen van Breda met onder meer een ouderdag en een parade. Op deze opname neemt de Chef van de Luchtmachtstaf, luitenant-generaal C. Giebel, afscheid van 4 LVT.

De uitzending van de vier compagnieŽn naar IndiŽ levert nog een neveneffect op. Nauwelijks is het in de stad Breda bekend dat er plannen zijn om de LVT naar Nederlands-IndiŽ te sturen, of de directeur van de Bredase Courant vat het plan op een ďadoptiecomitťĒ te vormen. Het ligt in de bedoeling het contact met de uitgezonden luchtvaarttroepen te onderhouden door het sturen van boeken, tijdschriften en artikelen die ze in IndiŽ goed kunnen gebruiken. Belangrijke zaken die niet bepaald tot de standaarduitrusting van de militair behoren.

Vlak voor het vertrek naar IndiŽ gaan de maten van kamer 10 op de foto.

De taak van de Luchtvaarttroepen in IndiŽ

Om de bewaking en verdediging van een vliegbasis zo effectief mogelijk te maken, dient de ML te beschikken over speciaal voor deze taak opgeleide troepen. Hierdoor kan een continue bewaking worden gegarandeerd en worden de operationele en technische onderdelen niet aan hun eigenlijke taak onttrokken. Hoewel de taak van de vier compagnieŽn voornamelijk een verdedigende is, moet zij ook offensief kunnen optreden om de tegenstander geen gelegenheid te geven te infiltreren of zich op vitale punten te nestelen.

Zolang er geen directe aanval te verwachten is, bestaat de taak van de LVTíer uit het saaie lopen van wachtrondjes. Bij acties kan de dienstdoende compagnie rekenen op felle gevechten onder vaak ongunstige omstandigheden waarbij niet altijd kan worden teruggevallen op ondersteuning van andere regionale eenheden. De LVT maakt immers geen deel uit van een groter verband. Deze wijze van optreden vereist een grote paraatheid en geoefendheid en een hoog moreel evenals een goede bewapening en een adequate terreinkennis. Geleidelijk aan ondergaat het takenpakket in IndiŽ een verdere uitbreiding. Naast de wachtdiensten en patrouilles op en rond de vliegvelden, worden tevens patrouilles gelopen in de naaste omgeving van de bases zoals op markten. Ook worden persoonscontroles uitgevoerd. Taken die anno 2009 standaard deel uitmaken van het takenpakket van de uitgezonden Nederlandse militairen. Bovendien worden Ė al dan niet in samenwerking met de landmacht - gevechtspatrouilles samengesteld en konvooien begeleid.

De LVT naar IndiŽ

Voor de overwegingen die hebben geleid tot en een gedetailleerde beschrijving van de inzet van de Nederlandse strijdkrachten in Nederlands-IndiŽ gedurende de periode 1945-1950 wordt verwezen naar de vele publicaties die over dit onderwerp zijn verschenen. Enkele daarvan zijn gebruikt als bron en worden vermeld achter in het programmaboekje. In het kader van dit programmaboekje wordt uitsluitend ingegaan op de betrokkenheid van de compagnieŽn luchtvaarttroepen bij deze inzet gedurende de periode 1947-1950.

 

Het Hoofdkwartier van de ML rekent er op dat het initiŽle plan om vijf compagnieŽn LVT in IndiŽ te plaatsen, onverkort wordt uitgevoerd. Deze compagnieŽn zijn bestemd voor de vliegbases Biak, Kemajoran, Tjililitan, Andir en Palembang. Uiteindelijk worden het er Ė zo laat de CLS in een telegram uit juli 1947 aan de CML weten - geen vijf maar vier compagnieŽn. Hierdoor moet het oorspronkelijke plan worden gewijzigd en komt Palembang te vervallen terwijl Kemajoran wordt gewijzigd in Kalidjati. Deze vliegbasis is tijdens de Eerste Politionele Actie Ė van 21 juli tot en met 4 augustus 1947 Ė op de IndonesiŽrs veroverd. Daarnaast besluit het Hoofdkwartier van de ML toch LVTíers op Kemajoran te plaatsen ten koste van Biak. De verdediging en beveiliging van deze basis wordt opgedragen aan een detachement Timorezen van het KNIL.

 

Op 28 augustus vertrekken de eerste drie compagnieŽn met het MS Kota Inten (Diamant Stad) naar IndiŽ terwijl 4 LVT op 10 september volgt met het MS Sloterdijk. Aan boord van de Sloterdijk bevindt zich nog een ander eenheid van de Luchtstrijdkrachten: het 322 Spitfire Squadron.

 

Aardappels jassen op volle zee

Op 25 september arriveren de 1e, 2e en 3e compagnie Luchtvaarttroepen in Tandjong Priok, de haven van Batavia, terwijl 4 LVT op 7 oktober aankomt. De verwelkoming vindt plaats op de vliegbasis Kemajoran bij Jakarta (Oost-Java). Luitenant-kolonel J.L. Zegers, commandant van het Commando Luchtvaarttroepen draagt bij die gelegenheid de compagnieŽn Luchtvaarttroepen over aan de commandant ML, kolonel J.P. de Broekert.

 

kolonel J.L. Zegers draagt de compagnieŽn Luchtvaarttroepen† over aan kolonel J.P. de Broekert.

 

 

Na aankomst vertrekken de luchtvaarttroepers naar hun bestemming:

 

1 LVT onder commando van kapitein A.F. Smeets gaat naar Kemajoran.

2 LVT onder commando van kapitein H.F. Sijmons gaat naar Andir.

3 LVT onder commando van kapitein H.G. Beijlen gaat naar Kalidjati.††††

4 LVT onder commando van kapitein F. de Boer gaat naar Tjililitan.

 

†††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††† De Luchtvaarttroepen KNIL

Het zal duidelijk zijn dat de bijdrage uit Nederland in de vorm van vier compagnieŽn bij lange na niet genoeg is om de behoefte van de ML te dekken. In de tweede helft van 1947 worden dan ook plannen ontwikkeld om te komen tot de vorming van in IndiŽ opgeleide KNIL Luchtvaarttroepen die te zijner tijd de vier Nederlandse compagnieŽn gaan vervangen. Want, ondanks de versterking uit Nederland, is er nog steeds gebrek aan gespecialiseerde troepen voor de verdediging van vliegvelden. In totaal zijn vijf compagnieŽn KNIL Luchtvaarttroepen opgeleid (5 tot en met 9 LVT) en ingezet.

 

De opleiding voor de Luchtvaarttroepen KNIL (LVT-KNIL) start eind 1947 met een ďproefcompagnieĒ op Andir op de Luchtvaarttroepen en Basis Opleidingsschool. Begin 1948 wordt de compagnie overgeplaatst naar Kalidjati en in maart wordt de opleiding beŽindigd. Uit deze opleiding wordt 5 LVT geformeerd, ook wel de 1e Compagnie Luchtvaarttroepen ML genoemd. De 5e Compagnie bestaat voornamelijk uit Ambonese en Menadonese militairen.

 

Na de cursus van de proefcompagnie wordt begonnen met de opleiding van de volgende compagnieŽn. In totaal worden 146 man opgeleid die worden verdeeld over 5 tot en met 8 LVT. Gelet op de aantallen kan worden aangenomen dat 6 tot en met 8 LVT nooit op sterkte zijn geweest. De aan het eind van 1948 gestarte opleidingen zijn dan ook meer bedoeld om de al gevormde compagnieŽn op sterkte te brengen. In 1949 wordt nog ťťn compagnie gevormd: 9 LVT

 

†††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††De LVT aan het werk

Om een beeld te kunnen schetsen van de wijze waarop de Luchtvaarttroepen opereerden gedurende de periode van 1 januari 1948 tot het vertrek in 1950, heeft de samensteller er voor gekozen per maand een overzicht te maken van de belangrijkste feiten, wetenswaardigheden, gevechtsacties en speciale patrouilles.

 

 

 

††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††† In 1947

Tijdens de inwerkperiode in de laatste maanden van 1947 ondervinden de compagnieŽn veel steun van hun collegaís van de Luchtdoelartillerie. Er wordt samen met hen wacht gelopen en bij de eerste patrouilles wordt personeel van de Lua ingedeeld. Dankzij de kennis en ervaring van de luchtdoelartilleristen vinden er in 1947 geen schokkende gebeurtenissen plaats en kunnen ze ervaring opdoen in het werken in de tropen. Zo schiet een lid van een patrouille tijdens een nachtelijke rondgang zijn geweer leeg op een golf tropische vuurvliegjes in de overtuiging dat hij te maken heeft met een vijandelijke patrouille. Toen de collegaís van de Lua hem er op wezen dat de vijand met fakkels op de geweren liep, keerde de rust terug.

 

Vanaf het einde van de Eerste Politionele Actie, op 4 augustus 1947, zijn ruim 3.000 bestandschendingen geregistreerd waarvan meer dan 2.000 op door Nederland beheerst grondgebied. Dat bestand Ė een staakt het vuren Ė is een dag later tot stand gekomen door ingrijpen van de Verenigde Naties. Vooral in West-Java is in de laatste weken van het jaar een toenemende druk te constateren. Er doen zich meer gevallen van agressie, roof en moord voor. De tactiek van de verschroeide aarde wordt veelvuldig toegepast en intimidatie van goedwillende IndonesiŽrs is aan de orde van de dag.

 

Eťn van de eerste schermutselingen die de LVT meemaakt, is in de nacht van 19 op 20 december 1947 als een grote actie plaatsvindt tegen een sterke Indonesische eenheid iets ten noordoosten van de vliegbasis Tjililitan. Tijdens een lange en inspannende patrouille, waar vrijwel geheel 4 LVT aan deelneemt, komen zij in vuurcontact met de IndonesiŽrs van wie zij uiteindelijk negentien man gevangen nemen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

LVT-kampement op Kemajoran

 

1 LVT heeft het met de beveiliging van Kemajoran een stuk eenvoudiger maar ondervindt van alle compagnieŽn het indringendst de consequenties van het tropische klimaat. Kemajoran ligt in ťťn van de meest ongezonde streken van Java. De hitte op de moerasachtige laagvlakte is verzengend, het wemelt er van de malariamuskieten en de specifieke tropische ziekten zorgen voor een hoog ziektepercentage. Er wordt een zware wissel getrokken op het gezonde deel van de compagnie maar de 1 LVTíers weten de rust en orde in dat gebied te handhaven.

Barakken 20,21 en 22 op het kampement van Andir

 

Op Andir is 2 LVT gestationeerd in een gebied met een goed klimaat waar eveneens orde en rust heerst. Militairen kunnen ongestoord naar de nabij gelegen stad Bandoeng gaan en de ML kan ongestoord haar werk doen op de basis. De tijd zal leren dat het gebied ten oosten van Andir steeds gevaarlijker en onveiliger wordt vanwege acties van Indonesische vrijheidsstrijders.

Tentenkamp bij Kalidjati

 

3 LVT, gelegerd op de vliegbasis Kalidjati, wordt na een betrekkelijke rustige start met toenemende gezagsondermijnende activiteiten geconfronteerd. Onophoudelijk moet de compagniescommandant in de twee laatste maanden van 1947 patrouilles het veld in sturen op basis van verkregen inlichtingen van de veiligheidsdienst. De TNI (Tentara National Indonesia: Indonesische Nationale Leger) voert haar activiteiten op maar moet het in het Krawangse, de streek ten noordwesten van Kalidjati, ook opnemen tegen strijdbare islamitische groeperingen die niets met de TNI te maken willen hebben en tegen een divisie van een communistisch georiŽnteerde eenheid. De Nederlandse Territoriale Commandanten hebben met alle drie te maken in een gebied waarin zich twee belangrijke vliegbases van de ML bevinden: Kalidjati en Andir.